Pagina:Brouwkunde.djvu/32

Uit Bolksch Bierbrouwersgilde
Deze pagina is proefgelezen

Eer nu den Hoppert wordt geloſt laat men gemeenelyk, voor de derdemaal, kokent water in de werkkuip loopen, en men beärbeit het meel als in de vorige reizen; dan laat men het zo lang ſtaan tot dat de Hoppert is geloſt, wanneer dit derde aftrekſel wordt afgetapt en in de Hopketel gepompt, het welk men Dun noemt; de Hop, die, onder het loſſen van den Hoppert op de losbak is gekomen, doet men wederom in de Hopketel, en wordt met den dun, eenigen tydt gekookt, wanneer het mede op koelbakken gebragt, en gekoelt zynde, dient om Meê aan te brouwen. Het geen nu in de werkkuip is overgebleven is Boſtel, nergens anders toe dienſtig, dan tot meſting van Schapen en koeijen, dog het voedzel dat daar in zy wanneer het graan wel beäbeid is, is zeer gering, doch echter beter dan branders ſpoeling.

Den Hoppert, gekoelt zynde, wort door pypen of gooten, van de koelbakken